Uitdijing van de werking van het transparantiebeginsel: van concessies naar vergunningen?

Research output: Contribution to journalArticleAcademicpeer-review

Abstract

Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake Betfair heeft veel stof doen opwaaien. In het arrest oordeelt het Hof (kort samengevat) dat het Nederlandse gesloten vergunningstelsel van de Wet op de kansspelen (WoK) niet in overeenstemming is met art. 49 EG-Verdrag (thans art. 56 VWEU) inzake het vrij verkeer van diensten, in het bijzonder met het beginsel van gelijke behandeling en de daaruit voortvloeiende transparantieverplichting. De stilzwijgende verlenging van een WoK-vergunning aan bijvoorbeeld de Lotto zonder enige oproep tot mededinging is in strijd met het VWEU, aldus het Hof. Er zijn het afgelopen jaar vele publicaties over het arrest verschenen. Deze publicaties richten zich met name op de vraag onder welke voorwaarden het recht op vrij verkeer van diensten mag worden beperkt. In dit artikel wil ik mij richten op een andere vraag, namelijk wat dit arrest leert over de vraag op welke Nederlandse rechtsfiguren het ‘Europese’ transparantiebeginsel van toepassing zou kunnen zijn.
Original languageDutch
Article numberNTB 2012/25
Pages (from-to)23-27
Number of pages5
JournalNederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht
Volume2012
Issue number7
Publication statusPublished - 2012
Externally publishedYes

Cite this