Relativiteit en het EVRM: een overdenking naar aanleiding van de zaak over het schietincident in Alphen aan den Rijn

E.C. Gijselaar

Research output: Non-textual formWeb publication/siteOther research output

Abstract

Op 9 april jongstleden was het precies vijf jaar geleden dat de schietpartij in en rond winkelcentrum de Ridderhof in Alphen aan den Rijn plaatsvond. Daarbij zijn zes dodelijke slachtoffers gevallen. Zestien personen zijn door de kogels verwond. Schutter Tristan van der V. heeft vervolgens zichzelf van het leven beroofd. Slachtoffers, nabestaanden, ooggetuigen en winkeliers van wie eigendommen zijn beschadigd, hebben de Politieregio Hollands Midden (PHM) aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. Volgens hen had geen wapenverlof verleend mogen worden. De Rechtbank Den Haag heeft op 4 februari 2015 vonnis gewezen. Dit vonnis heeft – zoals hierna zal blijken – verschillende rechtsgeleerden in de pen doen klimmen. Net zoals bij de klimaatzaak is één aspect daarbij nog onderbelicht gebleven: de rol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In deze zaak wordt het beroep op dit verdrag door middel van een abstracte toets weggewuifd alsof het geen enkele invloed zou hebben. In dit blog zal worden betoogd dat dat problematisch kan zijn. Het relativiteitsvereiste kan onder omstandigheden een hoge drempel opwerpen waardoor het Nederlandse onrechtmatige daadsrecht in strijd met het EVRM lijkt te zijn.
Original languageDutch
PublisherUCALL blog
Media of outputOnline
Publication statusPublished - 2 Jun 2016

Cite this