Abstract
Deze bijdrage gaat over de wisselwerking tussen een
uitkering verkregen op basis van een compensatieregeling
voor een beroepsziekte en een schadevergoeding
verkregen op grond van een aansprakelijkheidsrechtelijke
procedure. Het is de vraag hoe het precies
zit met de verrekening van een dergelijke uitkering
met een (toekomstige) schadevergoeding. Uitkeringen
die op grond van een compensatieregeling kunnen
worden verkregen, worden niet altijd duidelijk gekwalificeerd
als ‘materieel’ of ‘immaterieel’. In een latere
aansprakelijkheidsrechtelijke procedure kan dit onduidelijkheid
opleveren in het kader van voordeelstoerekening
(art. 6:100 BW). In deze bijdrage wordt deze
problematiek onderzocht aan de hand van het Verhaeg/
Jenniskens- arrest.
uitkering verkregen op basis van een compensatieregeling
voor een beroepsziekte en een schadevergoeding
verkregen op grond van een aansprakelijkheidsrechtelijke
procedure. Het is de vraag hoe het precies
zit met de verrekening van een dergelijke uitkering
met een (toekomstige) schadevergoeding. Uitkeringen
die op grond van een compensatieregeling kunnen
worden verkregen, worden niet altijd duidelijk gekwalificeerd
als ‘materieel’ of ‘immaterieel’. In een latere
aansprakelijkheidsrechtelijke procedure kan dit onduidelijkheid
opleveren in het kader van voordeelstoerekening
(art. 6:100 BW). In deze bijdrage wordt deze
problematiek onderzocht aan de hand van het Verhaeg/
Jenniskens- arrest.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | 14 |
| Pages (from-to) | 71-81 |
| Number of pages | 11 |
| Journal | Aansprakelijkheid verzekering en schade |
| Volume | 2026 |
| Issue number | 3 |
| Publication status | Published - 16 Jun 2026 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver