Openbaarmaking van persoonlijke beleidsopvattingen in documenten opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming, tenzij daarmee het kunnen voeren van intern beraad onevenredig wordt geschaad.

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

Op 8 oktober jl. heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) uitspraak gedaan in de procedure over de memo- Nunspeet.
Deze uitspraak is daarmee het vervolg op de conclusie van de staatsraad advocaat- generaal (A- G) d.d. 9 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3096, Gst. 2025/105), waarover eerder in de Gemeentestem een artikelnoot van mij is verschenen
(A. Drahmann, ‘Wanneer is sprake van persoonlijke beleidsopvattingen
in formele bestuurlijke besluitvorming? Een artikelnoot bij de conclusie van de A- G over de reikwijdte van artikel 5.2 Woo’, Gst. 2025/101). Artikel 5.2 lid 3 Woo
bepaalt (samengevat) dat uit documenten opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming, persoonlijke beleidsopvattingen geanonimiseerd worden verstrekt, tenzij het kunnen voeren van intern beraad onevenredig
wordt geschaad. Dit derde lid bevat daarmee een uitzondering op de regel uit het eerste lid dat persoonlijke beleidsopvattingen in documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad in beginsel niet openbaar worden gemaakt. In deze
uitspraak geeft de Afdeling voor het eerst uitleg aan twee belangrijke elementen uit het derde lid, namelijk (a) formele bestuurlijke besluitvorming; en (b) het onevenredig schaden van het intern beraad. Voor een uitgebreide beschrijving
van de casus en de wettelijke structuur van artikel 5.2 Woo verwijs ik naar mijn artikelnoot bij de conclusie. In deze annotatie zal ik van ieder element het oordeel van de Afdeling samenvatten en vervolgens bezien in hoeverre de Afdeling afwijkt van de conclusie van de A- G.
Original languageDutch
Article numberGst 2025/119
Pages (from-to)688-695
JournalDe Gemeentestem
Volume2025
Issue number7600
Publication statusPublished - 2025

Cite this