Abstract
Verenplukken is een zeer frequent voorkomend probleem bij in gevangenschap gehouden
papegaaiachtigen (Psittaciformes). Naast medische oorzaken kunnen ook sociale omgevingsfactoren
en neurobiologische oorzaken ten grondslag liggen, waarbij in het laatste geval gesproken wordt
over psychogeen verenplukken. De behandeling van dit gedragsprobleem is primair gericht op het
aanpassen van de omgeving (bijvoorbeeld door het aanbieden van verrijking) en het teweegbrengen
van gedragsveranderingen (gedragstherapie). In de gevallen waarbij deze interventies onvoldoende
of geen effect hebben, kunnen psychofarmaca een goede toevoeging aan de behandeling
vormen. Echter, om psychofarmaca op een veilige en verantwoorde manier te gebruiken, is een
grondige kennis nodig van het werkingsmechanisme, de farmacokinetiek en toxiciteit van deze
geneesmiddelen. Specifieke informatie over de werking van psychofarmaca bij vogels ontbreekt
in de meeste gevallen, met als gevolg dat het (off-label) gebruik daarvan vooral gebaseerd is op
empirische bevindingen en dosisextrapolatie uit onderzoek bij zoogdieren. Dit brengt risico’s
met zich mee omdat de metabolisatie en gevoeligheid voor de geneesmiddelen kunnen verschillen
tussen vogels en zoogdieren, wat kan leiden tot therapiefalen en/of ernstige bijwerkingen. Het
in achtnemen van deze beperkingen en de zorgvuldige monitoring van de patiënt zijn dan ook
onontbeerlijk voor een verantwoord gebruik van psychofarmaca bij gezelschapsvogels.
papegaaiachtigen (Psittaciformes). Naast medische oorzaken kunnen ook sociale omgevingsfactoren
en neurobiologische oorzaken ten grondslag liggen, waarbij in het laatste geval gesproken wordt
over psychogeen verenplukken. De behandeling van dit gedragsprobleem is primair gericht op het
aanpassen van de omgeving (bijvoorbeeld door het aanbieden van verrijking) en het teweegbrengen
van gedragsveranderingen (gedragstherapie). In de gevallen waarbij deze interventies onvoldoende
of geen effect hebben, kunnen psychofarmaca een goede toevoeging aan de behandeling
vormen. Echter, om psychofarmaca op een veilige en verantwoorde manier te gebruiken, is een
grondige kennis nodig van het werkingsmechanisme, de farmacokinetiek en toxiciteit van deze
geneesmiddelen. Specifieke informatie over de werking van psychofarmaca bij vogels ontbreekt
in de meeste gevallen, met als gevolg dat het (off-label) gebruik daarvan vooral gebaseerd is op
empirische bevindingen en dosisextrapolatie uit onderzoek bij zoogdieren. Dit brengt risico’s
met zich mee omdat de metabolisatie en gevoeligheid voor de geneesmiddelen kunnen verschillen
tussen vogels en zoogdieren, wat kan leiden tot therapiefalen en/of ernstige bijwerkingen. Het
in achtnemen van deze beperkingen en de zorgvuldige monitoring van de patiënt zijn dan ook
onontbeerlijk voor een verantwoord gebruik van psychofarmaca bij gezelschapsvogels.
| Original language | English |
|---|---|
| Pages (from-to) | 339-349 |
| Journal | Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift |
| Volume | 86 |
| Publication status | Published - 2017 |