Abstract
Ruimte in Nederland is beperkt. Daarom is het van belang dat deze ruimte wordt geordend. Gemeenteraden stellen door middel van bestemmingsplannen vast welke functies waar toelaatbaar zijn. Daarnaast kan in een verordening een vergunningplicht worden geintroduceerd voor de exploitatie van een bepaalde activiteit. In een dergelijke verordening kan worden bepaald dat slechts een of een beperkt aantal vergunningen wordt verleend. Een bekend voorbeeld is de exploitatievergunning voor een speelautomatenhal. Een aantal gemeenten heeft via een speelautomatenhalverordening bepaald dat slechts een vergunning wordt verleend. Op 2 november 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld dat bij de verlening van een dergelijke ‘schaarse vergunning’ het beginsel van gelijke kansen in acht moet worden genomen. Dit betekent dat bij de verdeling van schaarse vergunningen op enigerlei wijze aan (potentiele) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen. De uitspraak van de Afdeling (die ik hierna zal aanduiden als ‘de Vlaardingen-uitspraak’) ziet op de verlening van een schaarse vergunning op basis van een gemeentelijke verordening. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het beginsel van gelijke kansen ook in acht moet worden genomen in het omgevingsrecht, in het bijzonder bij het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | TBR 2017/156 |
| Pages (from-to) | 1050-1060 |
| Number of pages | 11 |
| Journal | Tijdschrift voor Bouwrecht |
| Volume | 2017 |
| Issue number | 10 |
| Publication status | Published - 2017 |
| Externally published | Yes |