Evenredigheid éénvergunningstelsel: de vergunningverlening aan de Lotto getoetst

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

Deze uitspraak gaat over de vraag of het éénvergunningstelsel voor een sporttotalisator zoals dit is neergelegd in de Wet op de kansspelen (Wok) voldoet aan de eisen van art. 56 VWEU dat ziet op het vrij verrichten van diensten. De uitspraak is daarmee een vervolg op het arrest van het Hof van Justitie van 3 juni 2010, ECLI:EU:C:2010:307, C-203/08, AB 2011/17, m.nt. A. Buijze (het Betfair-arrest) en de daaropvolgende uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 23 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP8768, AB 2011/230, m.nt. C.J. Wolswinkel. De uitspraak is om twee redenen een annotatie waard. Ten eerste oordeelt de Afdeling dat de Lotto kwalificeert als een particuliere exploitant op wiens activiteiten de overheid een strenge controle kan uitoefenen (punt 2–4 van deze annotatie). Ten tweede toetst de Afdeling het éénvergunningstelsel aan het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel en meer in het bijzonder het consistentievereiste (punt 5–6 van deze annotatie).
Original languageDutch
Article numberAB 2018/443
JournalAdministratiefrechtelijke beslissingen Rechtspraak Bestuursrecht
Volume2018
Issue number46
Publication statusPublished - 2018
Externally publishedYes

Bibliographical note

AB 2018/443 Lotto/Sporting Exchange/Kansspelautoriteit: evenredigheid éénvergunningstelsel: de vergunningverlening aan de Lotto getoetst

Cite this