Een klachtplicht in het kielzog van de transparantieverplichting

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterAcademic

Abstract

Een bestuursorgaan dat een schaarse vergunning wil verlenen moet daarbij het gelijkheidsbeginsel en de uit dit beginsel voorvloeiende transparantieverplich-ting in acht nemen. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ʻde Afdelingʼ) op 2 november 2016 geoordeeld (ʻde Vlaardingen-uit-spraakʼ). In een procedure die heeft geleid tot een uitspraak van de Afdeling van 30 augustus 2017 (ʻde Emmen-uitspraakʼ) werd door de appellante betoogd dat de transparantieverplichting was geschonden. De Afdeling oordeelde dat de transparantieverplichting niet was geschonden, waarbij de Afdeling mede belang hechtte aan het feit dat niemand vragen had gesteld over de criteria die werden toegepast bij het beoordelen van de aanvragen. Deze overweging in de uitspraak roept de vraag op of er in het kielzog van de transparantieverplichting ook een klacht- of informatieplicht is ontstaan. Ook in het aanbestedingsrecht kan het niet tijdig klagen over de aanbestedingsdocumentatie leiden tot rechtsverwerking. De vraag is echter hoe een dergelijke klachtplicht zich ver-houdt tot het stelsel van de Algemene wet bestuursrecht. Daarop zal ik in deze bijdrage ingaan.
Original languageDutch
Title of host publication25 jaar Awb. In eenheid en verscheidenheid
EditorsT. Barkhuysen, B. Marseille, W. den Ouden, H. Peters, R. Schlössels
Place of PublicationDeventer
PublisherWolters Kluwer
Pages489-498
ISBN (Print)978-90-13-15294-4
Publication statusPublished - 2019
Externally publishedYes

Cite this