Abstract
Het voorgaande neemt niet weg dat de staatssecretaris in dit geval, anders dan appellante betoogt, deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij niet met toepassing van het evenredigheidsbeginsel afwijkt van de documenteis. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 5 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT6673, onder 2.2.3), is de verlening van het Nederlanderschap een zaak van groot gewicht. De staatssecretaris mag daarom hoge eisen stellen aan het onderbouwen van de gestelde identiteit en nationaliteit van een verzoeker. Hij heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de door appellante aangevoerde omstandigheden dat zij lang in Nederland verblijft en twee Nederlandse kinderen heeft, niet maken dat het onevenredig is om van haar te verlangen dat zij haar identiteit en nationaliteit onderbouwt met een paspoort en geboorteakte. Zij heeft niet nader toegelicht waarom deze omstandigheden maken dat het onevenredig is om dit van haar te verlangen.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | 2 |
| Journal | AB Rechtspraak Bestuursrecht |
| Volume | 2024 |
| Issue number | 1 |
| Publication status | Published - 2 Jan 2024 |