Abstract
Na een ingrijpende negatieve gebeurtenis vertonen de meeste mensen acute stressreacties, maar slechts een minderheid ontwikkelt een posttraumatische stress-stoornis (ptss). Een van de beste voorspellers van een latere ptssis dissociatie tijdens het trauma. Het hier beschreven onderzoek had tot doel te achterhalen hoe dat komt: waarom voorspelt dissociatie latere ptss? Een gangbaar antwoord hierop is dat dissociatie tijdens het trauma een adequate verwerking van de trauma-informatie moeilijk maakt, met intrusies en fragmentatie van de herinnering aan het trauma tot gevolg. Patiënten hebben het ook vaak over intrusieve of gefragmenteerde herinneringen aan het trauma. We hebben onderzocht of deze ‘geheugenfragmentatie’ wijst op een defect in het geheugen, of dat dit alleen maar zo lijkt.
In drie experimenten zagen deelnemers een extreem gewelddadige film. Daar gingen ze van dissociëren, vooral deelnemers die daar van nature al toe geneigd waren. In twee van de drie experimenten volgden inderdaad intrusies op de opgewekte dissociatie: hoe meer dissociatie, des te meer intrusies. In alle drie de studies vonden we een samenhang tussen dissociatie en subjectieve geheugenfragmentatie. Dat verband werd in aanzienlijke mate gemedieerd door intrusies. In geen van de studies was er verband tussen dissociatie en verschillende objectieve maten van de coherentie van de herinneringen aan de film. We concludeerden dat dissociatie tijdens het trauma geen ingrijpende gevolgen heeft voor de verwerking van trauma-informatie en dus niet leidt tot fragmentering van de geheugenrepresentaties. Maar dissociatie doet de kans op intrusies toenemen en intrusies resulteren in de ervaring van fragmentatie van het geheugen.
In drie experimenten zagen deelnemers een extreem gewelddadige film. Daar gingen ze van dissociëren, vooral deelnemers die daar van nature al toe geneigd waren. In twee van de drie experimenten volgden inderdaad intrusies op de opgewekte dissociatie: hoe meer dissociatie, des te meer intrusies. In alle drie de studies vonden we een samenhang tussen dissociatie en subjectieve geheugenfragmentatie. Dat verband werd in aanzienlijke mate gemedieerd door intrusies. In geen van de studies was er verband tussen dissociatie en verschillende objectieve maten van de coherentie van de herinneringen aan de film. We concludeerden dat dissociatie tijdens het trauma geen ingrijpende gevolgen heeft voor de verwerking van trauma-informatie en dus niet leidt tot fragmentering van de geheugenrepresentaties. Maar dissociatie doet de kans op intrusies toenemen en intrusies resulteren in de ervaring van fragmentatie van het geheugen.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 51-68 |
| Journal | Directieve Therapie |
| Volume | 25 |
| DOIs | |
| Publication status | Published - 2005 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver