Abstract
In een reeks arresten heeft het HvJ EU bepaald dat een verbod door private werkgevers op het dragen van islamitische hoofddoekjes op de werkplek in beginsel kan worden gerechtvaardigd met een beroep op de wensen van klanten of gebruikers. Dit artikel analyseert of deze jurisprudentielijn in overeenstemming is met de eis uit de Kaderrichtlijn Gelijke Behandeling dat zo’n rechtvaardiging een objectief karakter moet hebben. Op grond van een analyse van de jurisprudentie van het Hof en een (rechts)theoretische reflectie op het begrip ‘objectiviteit’ wordt geconcludeerd dat het bij de huidige stand van de jurisprudentie feitelijk niet mogelijk is bij een beroep op de wensen van klanten of gebruikers te voldoen aan de vereiste van een objectieve rechtvaardiging onder de Kaderrichtlijn Gelijke Behandeling.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 7-20 |
| Number of pages | 14 |
| Journal | NTM/NJCM-Bulletin |
| Volume | 50 |
| Issue number | 1 |
| DOIs | |
| Publication status | Published - 2025 |
Keywords
- gelijke behandeling
- Kaderrichtlijn Gelijke Behandeling
- Richtlijn 2000/78
- neutraliteitsbeleid
- objectieve rechtvaarding
- wensen van klanten en gebruikers