Abstract
Om een optimale afname in depressieve symptomen te bewerkstelligen is een goede therapeutische relatie van belang. Er wordt verwacht dat het vroeg meten van de kwaliteit van deze relatie tijdens behandeling de behandeluitkomst krachtiger kan voorspellen. Ook wordt verwacht dat waargenomen therapeutkenmerken gerelateerd zijn aan hoe de patiënt de therapeutische relatie waardeert. Matig tot ernstig depressieve patiënten werden volgens een toevalsprocedure toegewezen aan cognitieve gedragstherapie (cgt) of kortdu-
rende psychoanalytische steungevende psychotherapie (kpsp). Meetmomenten waren er bij baseline, week 1, 2, 4 en 8 om de waargenomen betrouwbaarheid, expertise en attractiviteit van de therapeut, de kwaliteit van de therapeutische relatie en depressieve klachtente monitoren. De therapeutische relatie hangt vanaf de eerste week matig sterk samen met depressieve klachten later in behandeling (r’s -0,28 tot -0,42, p’s < 0,01). De voorspellendewaarde is het grootst na twee weken (vier sessies). Ook is de kwaliteit van de vroege therapeutische relatie sterk voorspellend voor de therapeutische relatie later. Symptoomverandering in de eerste twee sessies van de behandeling is niet voorspellend voor de kwaliteit van de therapeutische relatie na twee sessies. Ten slotte wordt een matige tot sterke relatie gezien tussen waargenomen therapeutkenmerken bij aanvang en de therapeutische relatie. Het in een vroeg stadium monitoren en optimaliseren van de therapeutische relatie tijdens behandeling lijkt van belang voor sterkere symptoomreductie. Een afkapscore van de therapeutische relatie, het beste na twee weken, zou mogelijk antwoord kunnen geven op de vraag of de kwaliteit voldoende dan wel onvoldoende is. Aanbevolen wordt om waargenomen therapeutkenmerken mee te nemen in toekomstige analyses om meer te begrijpen van de invloed van de therapeutische relatie op symptoomverandering. Dit zou eventueel nog eerder in de behandeling interveniëren mogelijk maken.
rende psychoanalytische steungevende psychotherapie (kpsp). Meetmomenten waren er bij baseline, week 1, 2, 4 en 8 om de waargenomen betrouwbaarheid, expertise en attractiviteit van de therapeut, de kwaliteit van de therapeutische relatie en depressieve klachtente monitoren. De therapeutische relatie hangt vanaf de eerste week matig sterk samen met depressieve klachten later in behandeling (r’s -0,28 tot -0,42, p’s < 0,01). De voorspellendewaarde is het grootst na twee weken (vier sessies). Ook is de kwaliteit van de vroege therapeutische relatie sterk voorspellend voor de therapeutische relatie later. Symptoomverandering in de eerste twee sessies van de behandeling is niet voorspellend voor de kwaliteit van de therapeutische relatie na twee sessies. Ten slotte wordt een matige tot sterke relatie gezien tussen waargenomen therapeutkenmerken bij aanvang en de therapeutische relatie. Het in een vroeg stadium monitoren en optimaliseren van de therapeutische relatie tijdens behandeling lijkt van belang voor sterkere symptoomreductie. Een afkapscore van de therapeutische relatie, het beste na twee weken, zou mogelijk antwoord kunnen geven op de vraag of de kwaliteit voldoende dan wel onvoldoende is. Aanbevolen wordt om waargenomen therapeutkenmerken mee te nemen in toekomstige analyses om meer te begrijpen van de invloed van de therapeutische relatie op symptoomverandering. Dit zou eventueel nog eerder in de behandeling interveniëren mogelijk maken.
| Translated title of the contribution | The therapeutic relationship as early predictor in the psychological treatment for depression |
|---|---|
| Original language | Dutch |
| Pages (from-to) | 6-23 |
| Journal | Tijdschrift voor Psychotherapie |
| Volume | 45 |
| Issue number | 1 |
| Publication status | Published - 2019 |
| Externally published | Yes |