Abstract
In deze bijdrage wordt de opkomst van nieuwe (zogenaamde derde
generatie) therapievormen besproken en van kritische kanttekeningen
voorzien. De auteurs geven aan dat nieuwe therapieën weliswaar veel
aandacht krijgen op congressen, via workshops en in de literatuur, maar
dat hun empirische onderbouwing beduidend minder overtuigend is.
Daarbij komt dat het om methodologische redenen nauwelijks mogelijk
is om aan te tonen dat de nieuwe therapieën effectiever zijn dat de meer
traditionale cognitieve en gedragsmatige benaderingen. De auteurs
pleiten voor het inzetten op onderzoek naar therapieën (met name voor
depressie) die inmiddels hun waarde hebben bewezen.
generatie) therapievormen besproken en van kritische kanttekeningen
voorzien. De auteurs geven aan dat nieuwe therapieën weliswaar veel
aandacht krijgen op congressen, via workshops en in de literatuur, maar
dat hun empirische onderbouwing beduidend minder overtuigend is.
Daarbij komt dat het om methodologische redenen nauwelijks mogelijk
is om aan te tonen dat de nieuwe therapieën effectiever zijn dat de meer
traditionale cognitieve en gedragsmatige benaderingen. De auteurs
pleiten voor het inzetten op onderzoek naar therapieën (met name voor
depressie) die inmiddels hun waarde hebben bewezen.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 25-34 |
| Journal | Gedragstherapie |
| Volume | 43 |
| Issue number | 1 |
| Publication status | Published - 2010 |