Abstract
Met 1,3 miljoen Nederlanders die laaggeletterd zijn, wordt het voor overheden en bedrijven steeds belangrijker om begrijpelijke taal te hanteren. Hier zijn allerlei adviezen voor in omloop, zoals “maak je zinnen niet te lang.” Wetenschappelijke studies tonen echter aan dat lezers teksten waarin zulke aanbevelingen worden opgevolgd niet altijd beter en soms zelfs slechter begrijpen. Met wetenschappelijke toetsing van adviezen voor begrijpelijk schrijven kunnen we bepalen welke adviezen valide zijn. In dit artikel sta ik stil bij vier vragen die je kunt stellen als je wilt toewerken naar een Schrijfwijzer Begrijpelijk Schrijven met louter wetenschappelijk gevalideerde adviezen. Dit zijn vragen waar ik zelf antwoord op moest geven tijdens een Alfa-Meerwaardeproject waarin de ontwikkeling van gevalideerde schrijfadviezen centraal stond.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 12-15 |
| Journal | Tekstblad |
| Volume | 2018 |
| Issue number | 3 |
| Publication status | Published - 2018 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver