Skip to main navigation Skip to search Skip to main content

Artikel 75 Sv: de paradox van voorlopige hechtenis na een veroordelend vonnis

Research output: Contribution to journalArticleAcademicpeer-review

Abstract

Het lijkt voor de hand te liggen om in de fase van hoger beroep de voorlopige hechtenis van een tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf veroordeelde verdachte te laten voortduren, te hervatten of zelfs te laten beginnen. Ook in de hogerberoepfase moet de rechter voorlopige hechtenis echter als een ultimum remedium blijven beschouwen. De ‘reeds veroordeeld’-grond voor voorlopige hechtenis (art. 75 lid 1, derde volzin, Sv) ontslaat de rechter niet van de plicht steeds te motiveren waarom het uitgangspunt dat de verdachte de berechting in vrijheid mag afwachten zou moeten worden verlaten.
Original languageDutch
Pages (from-to)404-411
Number of pages8
JournalArs Aequi
Volume75
Issue number5
Publication statusPublished - 6 May 2026

Keywords

  • Voorlopige hechtenis
  • strafprocesrecht
  • hoger beroep

Cite this