Abstract
Dit arrest van het Gerecht van het Hof van Justitie van de Europese Unie gaat over een verzoek van journaliste Matina Stevi en de The New York Times Company om toegang tot tekstberichten tussen de voorzitter van de Europese Commissie en de algemeen directeur van Pfizer op grond van Verordening (EG) 1049/2001 (de Eurowob). De Commissie heeft aangegeven niet te beschikken over de tekstberichten, waarop verzoeksters deze procedure zijn gestart. In de kern gaat dit arrest daarmee om de vraag in hoeverre de Commissie tekstberichten moet bewaren. De zaak vertoont daarmee gelijkenissen met Nokiagate over de “smsjes van Rutte” en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit 2019 dat sms- en WhatsApp-berichten onder de documentdefinitie van de Wob vallen. In deze annotatie wordt daarom eerst kort het juridisch kader en het oordeel van het Gerecht geschetst, waarna dit oordeel wordt vergeleken met de Nederlandse situatie.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 161-172 |
| Journal | AB Rechtspraak Bestuursrecht |
| Volume | 2026 |
| Issue number | 5 |
| Publication status | Published - 23 Jan 2026 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver