Description
De resultaten bevestigen de uitkomsten van het eerdere VGO-onderzoek in 2016, waarin werd geconcludeerd dat omwonenden van pluimveebedrijven een grotere kans op longontsteking hebben.
Oorzaak bij geitenbedrijven onbekend
Het voorkomen van meer longontstekingen rondom geitenbedrijven is opvallend. De Q-koortsepidemie heeft hier mogelijk in 2009 en 2010 aan bijgedragen, maar Q-koorts is geen verklaring voor het verhoogde aantal longontstekingen van 2011 tot 2014. De mensen met longontsteking rondom geitenbedrijven zijn niet meer in contact geweest met de Q-koortsbacterie dan mensen die geen longontsteking kregen. De onderzoekers stellen dat verder onderzoek naar de uitstoot en verspreiding van (fijn) stof bij geitenbedrijven nodig is, voordat gerichte bedrijfsmaatregelen kunnen worden geadviseerd.
Geitenbedrijven stoten voor zover bekend weinig fijn stof en endotoxinen uit. De oorzaak van het verhoogde aantal longontstekingen rondom geitenbedrijven is dus nog onduidelijk. De uitstoot van fijn stof en endotoxinen vanuit de pluimveehouderij wordt gezien als de oorzaak van het verhoogde aantal longontstekingen rondom pluimveebedrijven.
In het onderzoeksgebied krijgen elk jaar ongeveer 1.650 mensen per 100.000 inwoners een longontsteking, waarvan 208 longontstekingen een verband hebben met veehouderijbedrijven. Gemiddeld waren 119 van de 208 gevallen gerelateerd aan pluimveehouderijen en 89 aan geitenhouderijen. Bij andere vormen van veehouderij, zoals runderen, schapen en nertsen, werd geen verhoogd aantal longontstekingen gemeten.
Minder astma en allergieën
Uit het VGO-onderzoek blijkt tevens dat mensen die in de buurt van veehouderijen wonen minder astma en allergieën hebben. In de buurt van veehouderijen wonen minder mensen met COPD, maar zij hebben wel ernstigere klachten en gebruiken meer medicijnen. Mensen met veel veehouderijen rond hun woonhuis kunnen een iets verminderde longfunctie hebben.
In het hele onderzoeksgebied blijkt dat mensen een verminderde longfunctie hebben als er veel ammoniak in de lucht zit, bijvoorbeeld als er mest wordt uitgereden. Hepatitis E-virusinfecties en de resistente bacteriën Clostridium dificille en ESBL-producerende bacteriën blijken niet vaker voor te komen bij mensen die in de buurt van een veehouderij wonen.
Van Dam: zorgelijk signaal
Staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) en minister Edith Schippers (Volksgezondheid) noemen de verhoogde ziektedruk rondom veebedrijven een zorgelijk signaal. Ze willen vervolgonderzoek naar de ziektedruk rond geitenbedrijven, mede omdat niet duidelijk is welke maatregelen zouden kunnen worden genomen om de situatie te verbeteren. De bewindslieden adviseren gemeenten en provincies in de tussentijd rekening te houden met de gezondheidsrisico’s bij het geven van vergunningen.
‘Het is wel zaak om de hiaten in die kennis zo snel mogelijk te dichten’.
Reactie LTO Nederland
LTO Nederland reageert dat veehouders bereid zijn om te investeren in stalsystemen die streven naar een gezonde leefomgeving, maar doet ook een beroep op de overheid. “Het is wel zaak om de hiaten in die kennis zo snel mogelijk te dichten. De sector is bereid daarin te investeren. We doen hiervoor ook een beroep op de overheid”, aldus Jeannette van de Ven, LTO portefeuillehouder Gezonde Dieren van LTO. “Zolang die kennis ontbreekt, lopen ondernemers de kans dat ze investeren in verkeerde technieken of methoden die uiteindelijk weinig effect hebben. Dat moet voorkomen worden”, vervolgt zij.
Het ministerie heeft al aangegeven vervolgonderzoek te willen. LTO wil naast onderzoek naar de bron van de risico’s ook kijken of de risico’s toe of afnemen door gegevens over de periode 2014 – 2016 te bekijken.
| Period | 16 Jun 2017 |
|---|
Media coverage
Media coverage
Title Vaker longontsteking bij pluimvee- en geitenbedrijven Date 16/06/17 Persons Dick Heederik, Lidwien Smit