Description
Gamma (blad voor Radiologen)
Context
MRI-personeel heeft te maken met blootstelling
aan niet-ioniserende elektromagnetische
velden. De belangrijkste daarvan is het statische
magnetische veld van de MRI-scanner, dat
continu aanwezig is binnenin de scanner en als
strooiveld rondom de scanner.
Vanaf het moment dat de Europese Unie in
2004 met een voorstel kwam om beroepsmatige
blootstelling aan elektromagnetische velden te
gaan reguleren door middel van een Europese
Richtlijn [1,2] is de aandacht voor blootstelling van
MRI-personeel aan elektromagnetische velden
van MRI-scanners sterk toegenomen. Wereldwijd
zijn onderzoeksgroepen uit verschillende
vakgebieden zich gaan bezighouden met twee
onderwerpen: 1 het meten of modelleren van de
mate waarin MRI-personeel wordt blootgesteld
aan verschillende soorten elektromagnetische
velden en 2 het onderzoeken van eventuele
gezondheidseffecten die het gevolg zijn van dit
soort blootstellingen.
De Universiteit Utrecht is één van de organisaties
die onderzoek doen naar de effecten van
blootstelling aan elektromagnetische velden
onder werknemers die met MRI-scanners werken.
De NVMBR is, als belangenvertegenwoordiger
van de beroepsgroep, actief betrokken bij de
ontwikkelingen op dit gebied.
In samenwerking met de NVMBR heeft de
Universiteit Utrecht in 2013 een studie opgezet
onder Nederlandse MBB’ers, door het benaderen
van de NVMBR-leden voor deelname aan een
online vragenlijstonderzoek. Dit onderzoek was
ontwikkeld met als doel meer te weten te komen
over kortdurende (gezondheids-)effecten van
blootstelling aan statische magnetische (strooi-)
velden en de mate waarin MBB’ers werkzaam op
de MRI hiervan hinder ondervinden tijdens het
werk.
Eerdere studies onder MRI-personeel lieten
zien dat sommige MBB’ers werkzaam op de
MRI- kortdurende symptomen zoals duizeligheid
ervaren wanneer zij bij een MRI-scanner werken
en dat de kans op deze effecten toeneemt
naarmate de intensiteit van blootstelling aan het
statische magnetische veld van de MRI-scanner
hoger wordt[3,4,5]. Hoeveel medewerkers deze
klachten ervaren is echter nog niet helemaal
duidelijk. Eén van de doelstellingen van de
huidige studie is om daarin meer inzicht te
krijgen. Daarnaast bleek uit eerder onderzoek
dat de drempel voor het ondervinden van
MRI-gerelateerde symptomen sterk verschilt
van persoon tot persoon. Vooralsnog is niet
bekend waardoor deze verschillen in persoonlijke
gevoeligheid worden bepaald. Dit is de eerste
studie naar MRI-gerelateerde effecten waarbij
aanvullende gegevens zijn verzameld over
gezondheidsgeschiedenis en persoonsgebonden
factoren zoals geslacht, leeftijd en leefgewoontes.
Deze informatie kan worden gebruikt om te
onderzoeken of bepaalde groepen mensen
gevoeliger zijn voor het ervaren van MRIgerelateerde
effecten dan anderen.
Deze gegevens zullen de komende jaren worden
gebruikt voor verschillende analyses, die hopelijk
zullen leiden tot nieuwe inzichten over effecten
van blootstelling aan elektromagnetische
velden van MRI-scanners. De resultaten van dit
onderzoek kunnen bijdragen aan een betere
onderbouwing van veiligheidsnormen en (nog)
veiliger werkomstandigheden voor (toekomstige)
MRI-medewerkers en gebruikers van MRIsystemen.
Methodiek
Voor dit onderzoek hebben 1637 NVMBR-leden
binnen de werkvelden Radiologie en Medische
Beeldvorming een uitnodiging ontvangen voor het
eenmalig invullen van een digitale vragenlijst. De
vragenlijst bestond uit drie hoofdonderdelen:
1. Een algemeen deel met vragen over
demografische gegevens (zoals geslacht,
leeftijd) en leefstijl (zoals rook- en drinkgedrag
en caffeïne-consumptie);
2. Een deel over medicatiegebruik, algemene
gezondheid en gezondheid op de werkplek,
waaronder het belangrijkste aandachtspunt van
dit onderzoek: specifieke gezondheidsklachten
die tijdens het werk werden ervaren;
3. Een deel over werk, werkzaamheden en
werkomstandigheden, met vragen over o.a. de
verschillende modaliteiten waar mensen mee
werkten en hoe vaak ze daarmee werkten.
Voor mensen die met MRI werkten, bevatte
de vragenlijst aanvullende vragen over o.a. de
frequentie van de werkzaamheden met MRI, de
verschillende MRI-scanners waarmee gewerkt
werd en gezondheidsklachten die mensen zelf
toeschreven aan hun werk nabij de MRI-scanner.
Eerste resultaten en geplande
vervolganalyses
Om een zo hoog mogelijke respons te bereiken
ontvingen de geadresseerden over een periode
van vier maanden in totaal drie uitnodigingen:
Twee keer per post en een derde keer per
e-mail. In totaal hebben 491 personen (30%) de
vragenlijst volledig ingevuld. Dit is iets minder dan
vooraf was verwacht (de schatting was dat rond
de 50% van de geadresseerden zou reageren),
mogelijk vanwege de relatief grote omvang van
de vragenlijst: het invullen van de vragenlijst
duurde ongeveer 30 tot 60 minuten. Van de
respondenten is 78% vrouw en de gemiddelde
leeftijd is 44 jaar. Deze aantallen zijn vergelijkbaar
met de totale benaderde groep. Dit betekent dat
de onderzoeksgroep kan worden beschouwd als
representatief voor de NVMBR-leden binnen de
werkvelden Radiologie en Medische Beeldvorming.
De schatting is dat ongeveer 50% van de
Nederlandse MBB’ers lid is van de NVMBR.
Figuur 1 toont de verdeling van beroepsgroepen die
de vragenlijst hebben ingevuld. Het overgrote deel
van de respondenten (90%) is MBB’er. Figuur 2
laat zien met welke modaliteiten de respondenten
werkten. 44% van de respondenten heeft
aangegeven met MRI te werken. Om uitspraken te
kunnen doen over de relatie tussen gerapporteerde
klachten en blootstelling aan elektromagnetische
velden van MRI-scanners is het noodzakelijk
om groepen met verschillende blootstellingen
te vergelijken. Het is daarom heel positief dat de
samenstelling van deelnemers aan dit onderzoek
bestaat uit zowel personen die met MRI-scanners
werken, als ook personen die niet met MRIscanners
werken.
Uit de vragenlijst bleek dat 48% van de voormalige
en huidige MBB’ers werkzaam op de MRI wel
eens gezondheidsklachten heeft ervaren, die zij
zelf in verband brachten met het werken nabij
een MRI-scanner. De meest vermelde klachten
in relatie tot MRI waren duizeligheidsklachten. De
volgende stap is te kijken of dit verband objectief
kan worden vastgesteld, door te analyseren of
duizeligheidsklachten in het algemeen vaker
voorkomen onder MRI-personeel dan onder
niet-MRI-personeel. Aan alle respondenten is
gevraagd welke specifieke gezondheidsklachten
zij tijdens hun werk hadden ervaren gedurende
een periode van vier weken. De eerste analyses
van deze dataset bevestigen wat ook uit eerdere
studies naar voren kwam: MBB’ers die tijdens
de voorgaande vier weken met MRI hadden
gewerkt ervoeren meer duizeligheidsklachten
dan MBB’ers die in diezelfde periode niet met
MRI hadden gewerkt (29% versus 18% met
duizeligheidsklachten). De meest voorkomende
omschrijvingen die respondenten gaven van
hun duizeligheidsklachten waren “een gevoel
van draaiierigheid of duizeligheid” en “een
licht of zweverig gevoel in het hoofd”. Voor
het eerstgenoemde type duizeligheid was de
relatie met MRI sterker dan voor andere typen
duizeligheid.
Momenteel wordt uitgezocht of er bepaalde
factoren zijn die invloed hebben op dit verband
tussen het werken met MRI en het ervaren van
duizeligheidsklachten. Er wordt bijvoorbeeld
gekeken naar factoren die aan de werkomgeving
gebonden zijn, zoals werkstress, fysieke belasting
en het binnenklimaat van de werkplek. Daarnaast
wordt onderzocht of leeftijd, geslacht, algemene
gezondheid, gevoeligheid voor reisziekte,
medicatiegebruik en gezondheidsgedrag zoals
alcohol- en caffeïneconsumptie een rol spelen bij
het ervaren van MRI-gerelateerde duizeligheid.
De veronderstelling is dat deze MRI-gerelateerde
klachten het gevolg zijn van blootstelling aan het
statische magnetische veld van de MRI-scanner.
Informatie over het model en de sterkte van
de MRI-scanners waarmee men heeft gewerkt,
evenals specifieke werkzaamheden die bij een
MRI-scanner zijn uitgevoerd, maken het mogelijk
om voor iedere respondent een schatting te
maken van de mate van blootstelling aan het
statische magnetische strooiveld van de MRIscanners.
De meest gebruikte scanners hadden
een magneetsterkte van 1 tesla, 1.5 tesla of 3 tesla.
Deze variatie in MRI-scanners waarmee men heeft
gewerkt biedt de mogelijkheid om binnen de groep
MBB’ers werkzaam op de MRI te bestuderen hoe
het aantal gerapporteerde klachten samenhangt
met de hoogte van de blootstelling.
Zodra nieuwe resultaten bekend zijn, wordt u
hierover via de Gamma Professional op de hoogte
gehouden.
Alle deelnemers worden van harte bedankt voor
hun waardevolle bijdrage aan dit onderzoek.
Voor meer informatie over het onderzoek van
de Universiteit Utrecht naar blootstelling en
kortdurende klachten van MRI-personeel kunt u
contact opnemen met Kristel Schaap.
| Period | 15 Jul 2015 |
|---|
Media coverage
Media coverage
Title Update over onderzoek onder NVMBR-leden naar effecten van het werken met mri Date 15/07/15 Persons Kristel Schaap