Skip to main navigation Skip to search Skip to main content

Update over onderzoek onder NVMBR-leden naar effecten van het werken met mri

  • Kristel Schaap

    Press/Media: Expert Comment

    Description

    Gamma (blad voor Radiologen)

    Context

    MRI-personeel heeft te maken met blootstelling

    aan niet-ioniserende elektromagnetische

    velden. De belangrijkste daarvan is het statische

    magnetische veld van de MRI-scanner, dat

    continu aanwezig is binnenin de scanner en als

    strooiveld rondom de scanner.

    Vanaf het moment dat de Europese Unie in

    2004 met een voorstel kwam om beroepsmatige

    blootstelling aan elektromagnetische velden te

    gaan reguleren door middel van een Europese

    Richtlijn [1,2] is de aandacht voor blootstelling van

    MRI-personeel aan elektromagnetische velden

    van MRI-scanners sterk toegenomen. Wereldwijd

    zijn onderzoeksgroepen uit verschillende

    vakgebieden zich gaan bezighouden met twee

    onderwerpen: 1 het meten of modelleren van de

    mate waarin MRI-personeel wordt blootgesteld

    aan verschillende soorten elektromagnetische

    velden en 2 het onderzoeken van eventuele

    gezondheidseffecten die het gevolg zijn van dit

    soort blootstellingen.

    De Universiteit Utrecht is één van de organisaties

    die onderzoek doen naar de effecten van

    blootstelling aan elektromagnetische velden

    onder werknemers die met MRI-scanners werken.

    De NVMBR is, als belangenvertegenwoordiger

    van de beroepsgroep, actief betrokken bij de

    ontwikkelingen op dit gebied.

    In samenwerking met de NVMBR heeft de

    Universiteit Utrecht in 2013 een studie opgezet

    onder Nederlandse MBB’ers, door het benaderen

    van de NVMBR-leden voor deelname aan een

    online vragenlijstonderzoek. Dit onderzoek was

    ontwikkeld met als doel meer te weten te komen

    over kortdurende (gezondheids-)effecten van

    blootstelling aan statische magnetische (strooi-)

    velden en de mate waarin MBB’ers werkzaam op

    de MRI hiervan hinder ondervinden tijdens het

    werk.

    Eerdere studies onder MRI-personeel lieten

    zien dat sommige MBB’ers werkzaam op de

    MRI- kortdurende symptomen zoals duizeligheid

    ervaren wanneer zij bij een MRI-scanner werken

    en dat de kans op deze effecten toeneemt

    naarmate de intensiteit van blootstelling aan het

    statische magnetische veld van de MRI-scanner

    hoger wordt[3,4,5]. Hoeveel medewerkers deze

    klachten ervaren is echter nog niet helemaal

    duidelijk. Eén van de doelstellingen van de

    huidige studie is om daarin meer inzicht te

    krijgen. Daarnaast bleek uit eerder onderzoek

    dat de drempel voor het ondervinden van

    MRI-gerelateerde symptomen sterk verschilt

    van persoon tot persoon. Vooralsnog is niet

    bekend waardoor deze verschillen in persoonlijke

    gevoeligheid worden bepaald. Dit is de eerste

    studie naar MRI-gerelateerde effecten waarbij

    aanvullende gegevens zijn verzameld over

    gezondheidsgeschiedenis en persoonsgebonden

    factoren zoals geslacht, leeftijd en leefgewoontes.

    Deze informatie kan worden gebruikt om te

    onderzoeken of bepaalde groepen mensen

    gevoeliger zijn voor het ervaren van MRIgerelateerde

    effecten dan anderen.

    Deze gegevens zullen de komende jaren worden

    gebruikt voor verschillende analyses, die hopelijk

    zullen leiden tot nieuwe inzichten over effecten

    van blootstelling aan elektromagnetische

    velden van MRI-scanners. De resultaten van dit

    onderzoek kunnen bijdragen aan een betere

    onderbouwing van veiligheidsnormen en (nog)

    veiliger werkomstandigheden voor (toekomstige)

    MRI-medewerkers en gebruikers van MRIsystemen.

    Methodiek

    Voor dit onderzoek hebben 1637 NVMBR-leden

    binnen de werkvelden Radiologie en Medische

    Beeldvorming een uitnodiging ontvangen voor het

    eenmalig invullen van een digitale vragenlijst. De

    vragenlijst bestond uit drie hoofdonderdelen:

    1. Een algemeen deel met vragen over

    demografische gegevens (zoals geslacht,

    leeftijd) en leefstijl (zoals rook- en drinkgedrag

    en caffeïne-consumptie);

    2. Een deel over medicatiegebruik, algemene

    gezondheid en gezondheid op de werkplek,

    waaronder het belangrijkste aandachtspunt van

    dit onderzoek: specifieke gezondheidsklachten

    die tijdens het werk werden ervaren;

    3. Een deel over werk, werkzaamheden en

    werkomstandigheden, met vragen over o.a. de

    verschillende modaliteiten waar mensen mee

    werkten en hoe vaak ze daarmee werkten.

    Voor mensen die met MRI werkten, bevatte

    de vragenlijst aanvullende vragen over o.a. de

    frequentie van de werkzaamheden met MRI, de

    verschillende MRI-scanners waarmee gewerkt

    werd en gezondheidsklachten die mensen zelf

    toeschreven aan hun werk nabij de MRI-scanner.

    Eerste resultaten en geplande

    vervolganalyses

    Om een zo hoog mogelijke respons te bereiken

    ontvingen de geadresseerden over een periode

    van vier maanden in totaal drie uitnodigingen:

    Twee keer per post en een derde keer per

    e-mail. In totaal hebben 491 personen (30%) de

    vragenlijst volledig ingevuld. Dit is iets minder dan

    vooraf was verwacht (de schatting was dat rond

    de 50% van de geadresseerden zou reageren),

    mogelijk vanwege de relatief grote omvang van

    de vragenlijst: het invullen van de vragenlijst

    duurde ongeveer 30 tot 60 minuten. Van de

    respondenten is 78% vrouw en de gemiddelde

    leeftijd is 44 jaar. Deze aantallen zijn vergelijkbaar

    met de totale benaderde groep. Dit betekent dat

    de onderzoeksgroep kan worden beschouwd als

    representatief voor de NVMBR-leden binnen de

    werkvelden Radiologie en Medische Beeldvorming.

    De schatting is dat ongeveer 50% van de

    Nederlandse MBB’ers lid is van de NVMBR.

    Figuur 1 toont de verdeling van beroepsgroepen die

    de vragenlijst hebben ingevuld. Het overgrote deel

    van de respondenten (90%) is MBB’er. Figuur 2

    laat zien met welke modaliteiten de respondenten

    werkten. 44% van de respondenten heeft

    aangegeven met MRI te werken. Om uitspraken te

    kunnen doen over de relatie tussen gerapporteerde

    klachten en blootstelling aan elektromagnetische

    velden van MRI-scanners is het noodzakelijk

    om groepen met verschillende blootstellingen

    te vergelijken. Het is daarom heel positief dat de

    samenstelling van deelnemers aan dit onderzoek

    bestaat uit zowel personen die met MRI-scanners

    werken, als ook personen die niet met MRIscanners

    werken.

    Uit de vragenlijst bleek dat 48% van de voormalige

    en huidige MBB’ers werkzaam op de MRI wel

    eens gezondheidsklachten heeft ervaren, die zij

    zelf in verband brachten met het werken nabij

    een MRI-scanner. De meest vermelde klachten

    in relatie tot MRI waren duizeligheidsklachten. De

    volgende stap is te kijken of dit verband objectief

    kan worden vastgesteld, door te analyseren of

    duizeligheidsklachten in het algemeen vaker

    voorkomen onder MRI-personeel dan onder

    niet-MRI-personeel. Aan alle respondenten is

    gevraagd welke specifieke gezondheidsklachten

    zij tijdens hun werk hadden ervaren gedurende

    een periode van vier weken. De eerste analyses

    van deze dataset bevestigen wat ook uit eerdere

    studies naar voren kwam: MBB’ers die tijdens

    de voorgaande vier weken met MRI hadden

    gewerkt ervoeren meer duizeligheidsklachten

    dan MBB’ers die in diezelfde periode niet met

    MRI hadden gewerkt (29% versus 18% met

    duizeligheidsklachten). De meest voorkomende

    omschrijvingen die respondenten gaven van

    hun duizeligheidsklachten waren “een gevoel

    van draaiierigheid of duizeligheid” en “een

    licht of zweverig gevoel in het hoofd”. Voor

    het eerstgenoemde type duizeligheid was de

    relatie met MRI sterker dan voor andere typen

    duizeligheid.

    Momenteel wordt uitgezocht of er bepaalde

    factoren zijn die invloed hebben op dit verband

    tussen het werken met MRI en het ervaren van

    duizeligheidsklachten. Er wordt bijvoorbeeld

    gekeken naar factoren die aan de werkomgeving

    gebonden zijn, zoals werkstress, fysieke belasting

    en het binnenklimaat van de werkplek. Daarnaast

    wordt onderzocht of leeftijd, geslacht, algemene

    gezondheid, gevoeligheid voor reisziekte,

    medicatiegebruik en gezondheidsgedrag zoals

    alcohol- en caffeïneconsumptie een rol spelen bij

    het ervaren van MRI-gerelateerde duizeligheid.

    De veronderstelling is dat deze MRI-gerelateerde

    klachten het gevolg zijn van blootstelling aan het

    statische magnetische veld van de MRI-scanner.

    Informatie over het model en de sterkte van

    de MRI-scanners waarmee men heeft gewerkt,

    evenals specifieke werkzaamheden die bij een

    MRI-scanner zijn uitgevoerd, maken het mogelijk

    om voor iedere respondent een schatting te

    maken van de mate van blootstelling aan het

    statische magnetische strooiveld van de MRIscanners.

    De meest gebruikte scanners hadden

    een magneetsterkte van 1 tesla, 1.5 tesla of 3 tesla.

    Deze variatie in MRI-scanners waarmee men heeft

    gewerkt biedt de mogelijkheid om binnen de groep

    MBB’ers werkzaam op de MRI te bestuderen hoe

    het aantal gerapporteerde klachten samenhangt

    met de hoogte van de blootstelling.

    Zodra nieuwe resultaten bekend zijn, wordt u

    hierover via de Gamma Professional op de hoogte

    gehouden.

    Alle deelnemers worden van harte bedankt voor

    hun waardevolle bijdrage aan dit onderzoek.

    Voor meer informatie over het onderzoek van

    de Universiteit Utrecht naar blootstelling en

    kortdurende klachten van MRI-personeel kunt u

    contact opnemen met Kristel Schaap.

    Period15 Jul 2015

    Media coverage

    1

    Media coverage

    • TitleUpdate over onderzoek onder NVMBR-leden naar effecten van het werken met mri
      Date15/07/15
      PersonsKristel Schaap