Description
ratiaNiemand blij met EU-wet hormoonverstoorders
Chemisch weekblad KNCV
C2W life sciences 15 | 9 september 2016
Europa formuleerde de eerste wettelijke criteria
wereldwijd voor hormoonverstorende stoffen. Veel te
strikt, volgens de milieuorganisaties. Onhaalbaar,
zeggen medici. Geen onderscheid tussen gevaarlijke
en onschuldige stoffen, aldus de industrie.
Het bacteriedodende triclosan
in tandpasta. Bisfenol A in
kassabonnen en plastics. De
parabenen die cosmetica lang
houdbaar maken. En een reeks pesticiden.
Allemaal staan ze te boek als hormoonverstorende
stof, oftewel endocrine disrupting
chemical (EDC) in EU-termen. Ze ontregelen
de natuurlijke hormoonbalans en
er zijn sterke aanwijzingen dat ze een rol
spelen bij de stijgende onvruchtbaarheid,
vervroegde puberteit en toenemende
borst-, prostaat- en teelbalkanker.
Aan EU-commissaris van Gezondheid en
Voedselveiligheid Vytenis Andriukaitis de
schone taak om als eerste wettelijke criteria
op te stellen. Want de stoffen worden
steeds meer als aparte gevarenklasse gezien,
naast toxische, kankerverwekkende
en radioactieve stoffen. Geen makkelijke
opgave voor de Litouwse. Want voor milieuclubs
zoals PAN Europe zijn EDC’s het
nieuwe DDT. Zij vermoeden ook een belangrijke
rol in de toename van obesitas,
diabetes, autisme en ADHD.
De industrie daarentegen ziet vooral veel
onbewezen bangmakerij. ‘Uiteraard moeten
risico’s van gevaarlijke stoffen zoveel
mogelijk worden beperkt’, zegt Dirk van
Well, senior beleidsmedewerker stoffen en
arbeidshygiëne bij de VNCI. Maar ook
koffie, soja, paracetamol en marihuana
beïnvloeden de hormoonhuishouding. Dat
gegeven op zich is dus nog geen reden tot
zorg, vindt de industrie. ‘Het gaat om het
vermogen waarmee stoffen hormoonverandering
induceren, de potentie.’
Teleurstelling
Beide ‘uitersten’ keken met spanning uit
naar de lancering van de eerste criteria wereldwijd
voor hormoonverstoorders. De EU
had deze al voor eind 2013 beloofd, maar
er was een rechtszaak van Zweden voor
nodig om echt schot in de zaak te brengen.
Op 15 juni 2016 was het zover. Andriukaitis
presenteerde de criteria in twee wetsvoorstellen,
een voor gewasbeschermingsmiddelen,
de ander voor ongediertebestrijding.
Een golf van kritiek volgde. ‘Echt schandalig.
Met deze regels zal geen enkele hormoonverstorende
pesticide in de ban gaan’,
zegt een verontwaardigde Hans Muilerman,
chemicals officer bij milieukoepel PAN Europe.
De International Endocrine Society
(18.000 artsen en wetenschappers) noemden
de criteria in een open brief ‘nearly
unachievable scientifically’. En ook de milieuministers
van Frankrijk, Zweden en
Denemarken klommen in de pen van -
wege het ‘onacceptabele voorstel’.
De Utrechtse toxicoloog Martin van den
Berg - naar eigen zeggen ‘uit de gematigde
hoek’ - was in maart uitgenodigd door de
EU bij een expertmeeting in Duitsland. Met
zo’n twintig andere toxicologen en gezondheidswetenschappers
formuleerden ze gezamenlijk
de wetenschappelijke uitgangspunten
voor de criteria. ‘Ik herken veel van onze
punten. De criteria gaan bijvoorbeeld uit
van de algemeen geaccepteerde definitie
van de Wereldgezondheids organisatie
(WHO, red.). Ze leggen de bewijslast voor
verdachte stoffen waar die hoort: bij de producenten.
En de regelgeving houdt rekening
met de werkelijke blootstelling.’
Pijnpunten bij mensen
Toch stelt Muilerman dat het voorzorgsprincipe
wordt verkwanseld, omdat een
stof pas hormoonontregelend is wanneer
ze schade veroorzaakt die relevant is voor
de mens. ‘Er moet dus eerst gezondheidsschade
bij de mens zijn aangetoond voordat
een stof kan worden verboden. Dit is
zo schandalig. De burger wordt zo niet
beschermd, maar de industrie. Die heeft
zwaar gelobbyd, met veel steun van de VS
in verband met het TTIP.’ Toch is juist ook
de industrie teleurgesteld, want die had
graag een classificatie gezien op basis van
‘de potentie’ van een stof. Deze aanpak
heeft de criteria niet gehaald.
Van den Berg interpreteert de formulering
breder dan de milieuorganisatie. ‘In de
toxicologie gelden laboratoriumtests ook
als aannemelijk risico voor humane schade.
Want tenzij er grote ongelukken zijn
geweest, bestaan studies bij mensen alleen
uit epidemiologische studies. Die zijn tijdrovend
en duur. Je bent zo tien, twintig
jaar verder. Bij een stof die in het lab overduidelijk
een sterk schadelijke werking
heeft, wacht je niet de praktijk af.’
De endocrinologen wijzen in hun open
brief op nog een essentiële verandering in
de EU-definitie van een hormoonverstoorder
ten opzichte van die van de WHO.
Die spreekt van een stof die de werking
van het hormoonsysteem verandert. De
EU eist dat de stof specifiek ingrijpt op het
hormoonsysteem. ‘Een fundamentele vergissing
in de werking van het hormoonsysteem’,
zegt de Endocrine Society. Dit sluit
immers stoffen uit die in het lichaam zelf
worden omgezet in hor moon verstoorders.
Bisfenol A
Veel gemor dus over de nieuwe criteria. De
Europese milieuministers van Frankrijk,
Denemarken en Zweden vrezen dat zelfs
de meest beruchte hormoonverstoorder op
dit moment, bisfenol A, er niet aan zou
voldoen. Bisfenol A, kortweg BPA, zit in
inkt voor thermische kassabonnen, in verf
en coatings, en als weekmaker in verpakkingsmateriaal,
speelgoed en infusen. De
stof ‘imiteert’ oestrogeen en is sinds 2011
in Europa verboden in babyflesjes. Hormoonontregelaars
kunnen namelijk vooral
kwaad doen in ontwikkelingsfases: in de
baarmoeder, in het eerste levensjaar en
rond de puberteit.
‘Er zijn ondertussen meer dan honderd
studies die wijzen op schade bij de mens’,
zegt Van den Berg. ‘Het lijkt me toch sterk
dat BPA dan niet onder de EU-criteria
zou vallen.’ Maar op de letter gelezen,
hebben de milieuministers een punt. Het
meest overtuigende oorzakelijke verband
tussen BPA en borstkanker volgt namelijk
niet uit epidemiologisch onderzoek bij de
mens, maar uit Amerikaans onderzoek bij
resusapen. Blootstelling in de baarmoeder
aan BPA leidt tot een hogere dichtheid
van het borstweefsel, waardoor de kans op
borstkanker toeneemt. Maar het apenbewijs
telt, vrezen de ministers, niet mee.
De protesterende milieuministers komen
allemaal uit landen die zelf al extra beschermingsmaatregelen
namen tegen BPA.
Zweden (en overigens ook België) kent een
verbod op bisfenol A in voedselverpakkingen
voor kinderen tot drie jaar. In Frankrijk
geldt sinds 2015 zelfs een totaalverbod
voor BPA in voedingsverpakkingen. En
Zweden deed dit jaar samen met Frankrijk
een voorstel voor een EU-verbod op BPA
in thermisch papier. Dat voorstel is begin
juli breed gesteund, zodat een verbod vóór
2019 waarschijnlijk is.
Geen extra maatregelen
Nederland nam tot nu toe geen extra
maatregelen, maar het RIVM adviseerde
de overheid vorige maand wel de blootstelling
aan BPA op korte termijn te verminderen,
vooral voor kleine kinderen, zwangeren
en vrouwen die borstvoeding geven.
‘Nieuwe studies laten zien dat BPA het immuunsysteem
van de ongeboren vrucht of
jonge kinderen kan schaden bij een lager
blootstellingsniveau dan het niveau waarop
de huidige normen zijn gebaseerd’, concludeert
het RIVM in zijn rapport Bisphenol
A Part 2 Recommendations for risk management.
Ook kan BPA de ontwikkeling
van voedselallergieën stimuleren bij concentraties
die lager zijn dan de huidige
Europese norm (4 μg per kilo lichaamsgewicht
per dag).
De wetsvoorstellen met de criteria gaan nu
naar het Europees Parlement, en ook de
lidstaten moeten instemmen. Voor invoering
is een zogeheten qualified majority
nodig: een meerderheid van EU-landen
waarbij de bevolkingsgrootte meetelt. Nu
niemand tevreden lijkt, zal de al jarenlang
durende discussie eerder oplaaien dan
eindigen.
Het lijkt me
sterk dat BPA
er niet onder
valt’
| Period | 9 Sept 2016 |
|---|
Media coverage
Media coverage
Title Niemand blij met EU-wet hormoonverstoorders Date 9/09/16 Persons Martin van den Berg