Skip to main navigation Skip to search Skip to main content

Kennis antibiotica heeft invloed op gebruik

  • T. Kramer

    Press/Media: Expert Comment

    Description

    Kennis en verwachtingen van veehouders van antibiotica hebben invloed op het antibioticagebruik op het bedrijf. Dat blijkt uit onder­ zoek van Tineke Kramer. Ze pleit voor meer voorlichting en een grotere rol van die­ renartsen in de kennisoverdracht. Ook moeten boeren beter bij het beleid warden betrokken.
    Tineke Kramer is dierenarts en Europees specialist in opleiding Veterinaire Volksgezondheid bij bet
    IRAS, Institute for Risk Assesment Sciences,  een  onderdeel  van   de Faculteit Diergeneeskunde en het Utrecht Medisch Centrum. Ze werkt op bet snijvlak van veterinaire en humane geneeskunde en bet effect van beide op elkaar. Het is algemeen aanvaard dat bet antibioticagebruik in de veehouderij invloed heeft op de antibioticaresistentie bij men­ sen, al weet niemand precies hoe groot deze invloed precies is. Wel is antibioticaresistentie bij men­ sen een toenemend probleem  en de aanleiding om bet antibioticage­bruik in de veehouderij drastisch in te perken.

    PSYCHOLOGISCHE   KANT
    'Die verlaging is gelukt, maar nu wil je ook dat bet een duurzame daling is. Er is eerder al onderzoek gedaan naar de meer technische aspecten van antibioticagebruik, mijn onderzoek richtte zich  meer op de psychologische  kant.
    Welke psychologische factoren hebben invloed op  bet  antibioticagebruik in de veehouderij? Daarbij was ik vooral nieuwsgierig naar aspecten als kennis, risicoperceptie en hou­ ding en of er verschil was tussen de verschillende sectoren binnen de veehouderij', licht ze toe.

    ENQU£TE
    Om haar vraag te kunnen beant­woorden, maakte ze een enquête die in bet voorjaar van 2015 via LTO naar vierduizend veehouders is gestuurd. Vijfhonderd van hen vulden de enquête in. 'Daar ben ik erg blij mee, want bet was best een lange vragenlijst. Zonder de input van de veehouders had ik mijn onderzoek niet kunnen doen. En de veehouders zijn belangrijke spelers in dit thema. Hoe kijken zij tegen antibioticagebruik en antibiotica-re­sistentie aan? Daar is eigenlijk nog  nooit goed naar gekeken.'
    De veehouders - melkveehou­ders, kalverhouders en varkens­ houders, er was te weinig respons van pluimveehouders - kregen vra­gen voorgelegd waarbij bun kennis over antibiotica en -resistentie werd onderzocht. Zo konden ze bijvoorbeeld aangeven wat bun verwach­tingen over antibiotica waren en bet risico dat ze zelf dachten te lopen bij gebruik van antibiotica in rundvee­ stapel.
    Een conclusie uit bet onderzoek is dat kennis en verwachtingen over en van antibioticagebruik  en resistentie bet sterkste verband hebben met bet gebruik ervan. Dus hoe meer kennis en  gewenste  verwachtin­gen een veehouder van antibiotica heeft, des te lager bet gebruik. Daar­ naast zijn er duidelijke verschillen tussen de sectoren. De kennis over antibiotica, effectiviteit, infectie­ routes en dergelijke is bij melkvee­ houders en varkenshouders groter dan bij kalverhouders.
    Bij kalverhouders en varkens­ houders is de risicoperceptie juist weer hoger dan bij melkveehouders. Dat wil zeggen dat kalverhouders en varkenshouders bet risico van resi­stentie voor bun eigen gezondheid, die van bun dieren en de volksge­zondheid hoger inschatten dan de melkveehouders. 'Kalverhouders en varkenshouders worden in bet zie­kenhuis vaak apart gehouden van­ wege mogelijke resistente bacteriën. Die  impact  is  groot  en  daardoor mogelijk de risicoperceptie ook. Bij melkveehouders is dit nog minder een issue', verklaart Kramer.

    DIERENARTS
    Een andere conclusie is dat die­ renartsen een belangrijke rol spelen in bet antibioticagebruik. De die­renarts wordt gezien als belangrijke adviseur en werkt ook met de vee­ houder samen door bet opstellen van een bedrijfsbehandelplan. Die adviserende rol van de dierenarts kan beter worden benut, vindt Kra­mer.
    'Je moet toe naar een meer coa­chende rol in plaats van een direc­tieve waarin de dierenarts zegt hoe bet moet. Als een veehouder meer kennis van zaken heeft van antibi­otica en resistentie, gebruikt deze minder antibiotica, zo blijkt uit mijn onderzoek. Ik zie daarin een rol weggelegd voor de dierenarts.

    'Boeren meer betrekken'
    Boeren kunnen meer worden betrokken bij de regelgeving omtrent antibiotica, vindt Tineke Kramer. 'Als veehouders het niet eens zijn met de regels, gebrui­ken ze meer antibiotica. Je moet er dus naar streven om de weerstand tegen de regels zo klein mogelijk te houden en daarom moetje de boeren erbij betrek­ ken.' LTO en andere sectororganisaties kunnen hierin een rol spelen, stelt ze. Daarnaast kan LTO faciliteren in ken­nisoverdracht en trainingen.
    Het onderzoek is voor Kramer op dit moment afgerond, 'maar het onder­ werp leeft wel in de onderzoekswereld. Er wordt steeds meer gekeken naar psychologische factoren in relatie tot antibioticagebruik.

    Period25 Nov 2017

    Media contributions

    1

    Media contributions

    • TitleKennis antibiotica heeft invloed op gebruik
      Country/TerritoryNetherlands
      Date25/11/17
      DescriptionKennis en verwachtingen van veehouders van antibiotica hebben invloed op het antibioticagebruik op het bedrijf. Dat blijkt uit onder­ zoek van Tineke Kramer. Ze pleit voor meer voorlichting en een grotere rol van die­ renartsen in de kennisoverdracht. Ook moeten boeren beter bij het beleid warden betrokken.
      Tineke Kramer is dierenarts en Europees specialist in opleiding Veterinaire Volksgezondheid bij bet
      IRAS, Institute for Risk Assesment Sciences, een onderdeel van de Faculteit Diergeneeskunde en het Utrecht Medisch Centrum. Ze werkt op bet snijvlak van veterinaire en humane geneeskunde en bet effect van beide op elkaar. Het is algemeen aanvaard dat bet antibioticagebruik in de veehouderij invloed heeft op de antibioticaresistentie bij men­ sen, al weet niemand precies hoe groot deze invloed precies is. Wel is antibioticaresistentie bij men­ sen een toenemend probleem en de aanleiding om bet antibioticage­bruik in de veehouderij drastisch in te perken.

      PSYCHOLOGISCHE KANT
      'Die verlaging is gelukt, maar nu wil je ook dat bet een duurzame daling is. Er is eerder al onderzoek gedaan naar de meer technische aspecten van antibioticagebruik, mijn onderzoek richtte zich meer op de psychologische kant.
      Welke psychologische factoren hebben invloed op bet antibioticagebruik in de veehouderij? Daarbij was ik vooral nieuwsgierig naar aspecten als kennis, risicoperceptie en hou­ ding en of er verschil was tussen de verschillende sectoren binnen de veehouderij', licht ze toe.

      ENQU£TE
      Om haar vraag te kunnen beant­woorden, maakte ze een enquête die in bet voorjaar van 2015 via LTO naar vierduizend veehouders is gestuurd. Vijfhonderd van hen vulden de enquête in. 'Daar ben ik erg blij mee, want bet was best een lange vragenlijst. Zonder de input van de veehouders had ik mijn onderzoek niet kunnen doen. En de veehouders zijn belangrijke spelers in dit thema. Hoe kijken zij tegen antibioticagebruik en antibiotica-re­sistentie aan? Daar is eigenlijk nog nooit goed naar gekeken.'
      De veehouders - melkveehou­ders, kalverhouders en varkens­ houders, er was te weinig respons van pluimveehouders - kregen vra­gen voorgelegd waarbij bun kennis over antibiotica en -resistentie werd onderzocht. Zo konden ze bijvoorbeeld aangeven wat bun verwach­tingen over antibiotica waren en bet risico dat ze zelf dachten te lopen bij gebruik van antibiotica in rundvee­ stapel.
      Een conclusie uit bet onderzoek is dat kennis en verwachtingen over en van antibioticagebruik en resistentie bet sterkste verband hebben met bet gebruik ervan. Dus hoe meer kennis en gewenste verwachtin­gen een veehouder van antibiotica heeft, des te lager bet gebruik. Daar­ naast zijn er duidelijke verschillen tussen de sectoren. De kennis over antibiotica, effectiviteit, infectie­ routes en dergelijke is bij melkvee­ houders en varkenshouders groter dan bij kalverhouders.
      Bij kalverhouders en varkens­ houders is de risicoperceptie juist weer hoger dan bij melkveehouders. Dat wil zeggen dat kalverhouders en varkenshouders bet risico van resi­stentie voor bun eigen gezondheid, die van bun dieren en de volksge­zondheid hoger inschatten dan de melkveehouders. 'Kalverhouders en varkenshouders worden in bet zie­kenhuis vaak apart gehouden van­ wege mogelijke resistente bacteriën. Die impact is groot en daardoor mogelijk de risicoperceptie ook. Bij melkveehouders is dit nog minder een issue', verklaart Kramer.

      DIERENARTS
      Een andere conclusie is dat die­ renartsen een belangrijke rol spelen in bet antibioticagebruik. De die­renarts wordt gezien als belangrijke adviseur en werkt ook met de vee­ houder samen door bet opstellen van een bedrijfsbehandelplan. Die adviserende rol van de dierenarts kan beter worden benut, vindt Kra­mer.
      'Je moet toe naar een meer coa­chende rol in plaats van een direc­tieve waarin de dierenarts zegt hoe bet moet. Als een veehouder meer kennis van zaken heeft van antibi­otica en resistentie, gebruikt deze minder antibiotica, zo blijkt uit mijn onderzoek. Ik zie daarin een rol weggelegd voor de dierenarts.

      'Boeren meer betrekken'
      Boeren kunnen meer worden betrokken bij de regelgeving omtrent antibiotica, vindt Tineke Kramer. 'Als veehouders het niet eens zijn met de regels, gebrui­ken ze meer antibiotica. Je moet er dus naar streven om de weerstand tegen de regels zo klein mogelijk te houden en daarom moetje de boeren erbij betrek­ ken.' LTO en andere sectororganisaties kunnen hierin een rol spelen, stelt ze. Daarnaast kan LTO faciliteren in ken­nisoverdracht en trainingen.
      Het onderzoek is voor Kramer op dit moment afgerond, 'maar het onder­ werp leeft wel in de onderzoekswereld. Er wordt steeds meer gekeken naar psychologische factoren in relatie tot antibioticagebruik.




      PersonsT. Kramer