Klopt dit wel?
artikelBerichten verspreiden zich vaak razendsnel. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Vandaag: giftige stoffen kunnen ADHD, autisme en IQ-problemen veroorzaken.
Blijf op de hoogte
Iedere dag rond lunchtijd het belangrijkste nieuws van de ochtend, de mooiste fotografie en het gesprek van de dag? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.
Alledaagse stoffen in en om het huis kunnen hersenstoornissen veroorzaken, aldus een nieuw wetenschappelijk rapport van CHEM Trust, in Nederland gepubliceerd door de gezondheidsorganisatie Wemos. Vlamvertragers in meubilair en hormoonverstorende stoffen in voedselverpakkingen leiden misschien zelfs tot ADHD en een lager IQ. Zolang er geen nieuwe wetgeving komt, doen 'we één groot experiment met de hersenen van onze kinderen', aldus de Utrechtse toxicoloog Majorie van Duursen in het persbericht.
Maar zijn die zorgen wel terecht?
Opvallend is dat het rapport de recente explosie aan ADHD- en autismediagnoses direct koppelt aan schadelijke chemicaliën, maar dan weer geen harde cijfers daarover noemt. Wat blijkt: die cijfers zijn er helemaal niet. Het gros van de nieuwe diagnoses ontstaat dankzij artsen en psychiaters die steeds alerter zijn op gedragsstoornissen. Hoe die ontstaan is nog altijd onduidelijk, laat staan dat wetenschappers precies het aandeel van giftige stoffen kunnen aanwijzen.
Of er überhaupt iets aan de hand is, staat onder toxicologen dan ook ter discussie. 'Er is nog geen overtuigend bewijs geleverd', vindt bijvoorbeeld Paul Scheepers, die als toxicoloog risico-inschattingen maakt aan het Radboudumc. Juist in de periode dat kinderen minder vaak aan sommige huishoudchemicaliën worden blootgesteld, zijn de gedragsstoornisdiagnoses gestegen, blijkt uit WHO-cijfers. Als er zo'n effect bestaat, dan is dat in elk geval niet groot genoeg om duidelijk op te merken. Voor andere gifstoffen, zoals de eerder genoemde vlamvertragers en bisfenol-A, bestaan volgens Scheepers te weinig gegevens om conclusies te trekken.
Van de markt halen
Niet dat er geen risico is, maar er is meer onderzoek nodig
Aan de andere kant tonen dierproeven wel degelijk aan dat deze stoffen schadelijk kunnen zijn voor de hersenontwikkeling. Wat die resultaten precies voor opgroeiende kinderen betekenen blijft onduidelijk, maar volgens Martin van den Berg, hoogleraar toxicologie aan de Universiteit Utrecht, geven ze genoeg reden om aan te nemen dat giftige stoffen op zijn minst een kleine bijdrage leveren aan hersenstoornissen bij kinderen. 'Het is op dit moment niet hard te maken', erkent hij, 'maar wel plausibel. We moeten daarom die stoffen van de markt halen.'
Scheepers ziet liever eerst meer gegevens. 'Niet dat er geen risico is, maar er is meer onderzoek nodig.' Hij wijst erop dat de EU inmiddels al 70 miljoen euro heeft uitgetrokken om te onderzoeken hoe het menselijk lichaam reageert op de chemicaliën.
Conclusie: Of huishoudchemicaliën gedragsstoornissen veroorzaken, blijft onduidelijk.