De boer wil melk, maar ook een mooie koe

    Press/Media: Expert Comment

    Description

    Copyright 2016 Nederlands Dagblad B.V.
    All Rights Reserved


    Nederlands Dagblad
     
    27 februari 2016 zaterdag
     
    Geen; Blz. 20,21
     
    1532 woorden
     
     
    De boer wil melk, maar ook een mooie koe
     

     

    Rotterdam

     

    Voor veeboeren staat de productie van melk en vlees op de eerste plaats, maar de meeste fokkers willen ook een mooie koe. Het schoonheidsideaal wordt grotendeels bepaald door de cultuur en verandert voortdurend, stelt kunstschilder Marleen Felius, die deze maand promoveerde op haar proefschrift On the breeds of cattle, their history, classification and conservation, de geschiedenis van de classificatie van runderrassen op de wereld .

     

    Felius (1948) raakte als meisje in het Rotterdamse Hillegersberg - toen nog een dorp - gefascineerd door het boerenleven en mocht vaak het paard van de groenteboer naar de wei brengen. 'Op den duur raasde ik zonder zadel en in galop door het dorp, het is maar goed dat mijn ouders dat niet wisten', lacht ze vrolijk. 'Ik leerde ook heel jong al melken.'

     

    Geleidelijk richtte ze zich op de paardenraces bij Duindigt. Ze begon de dieren te tekenen en ging daarmee door toen ze aan de kunstacademie studeerde. 'Ik mocht alleen naar de kunstacademie omdat mijn ouders absoluut niet wilden dat ik jockey zou worden. Ik had de mulo niet afgemaakt, maar werd toch aangenomen toen ik mijn map met tekeningen liet zien.' Toen ze eindelijk haar vrije werk, de dierentekeningen, aan een docent liet zien, zei die dat ze daarmee moest doorgaan. 'Het beste advies ooit', lacht Felius tevreden. Haar liefde voor paarden en koeien ging aanvankelijk gelijk op, maar ze voelde zich prettiger bij de boeren dan bij het paardenvolkje en dus ging ze zich meer met koeien bezig houden. Door het tekenen en schilderen kreeg ze belangstelling voor de enorme variatie aan runderen op de wereld. Ze reisde de halve wereld rond om zo veel mogelijk rassen te bekijken en te fotograferen.

     

    In 1995 publiceerde de kunstenares het boek Cattle breeds - an encyclopedia , waarin ze bijna duizend runderrassen beschreef en er in aquarel schitterende illustraties bij maakte. Moleculair bioloog en docent dr. Hans Lenstra van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht gebruikte het boek bij zijn onderzoek naar de genetische verwantschappen van de Europese rundveerassen en vermeldde het als bron bij zijn publicaties. 'Dat was erkenning van de wetenschappelijke waarde van mijn boek nog voor ik me daar zelf van bewust was', vertelt ze in haar atelier in een voormalig fabriekje in het centrum van Rotterdam. Lenstra stelde haar voor een proefschrift te schrijven en haar kennis, opgedaan door goed en zorgvuldig kijken, te combineren met die van genetici. 'Als jij dood bent, is al je kennis weg, zei hij.'

     

    archeologen

     

    Haar proefschrift begon Felius met een onderzoek naar de geschiedenis van classificatie van rassen, zoals dat in de negentiende eeuw werd gedaan door archeologen en veeartsen. 'Die vergeleken prehistorische en neolithische schedels en botten die ze opgroeven met die van het moderne vee. De voorgeschiedenis van rassen die door veel fokverenigingen opgedist worden, hoef je niet zo serieus te nemen', meent ze. 'Vooral het Spaanse en Franse chauvinisme kan de toeschouwer zand in de ogen strooien waar het gaat om de eeuwenoude of exotische afstamming van hun dieren. Dat is allemaal cultuur.'

     

    Gedomesticeerd rundvee bestaat uit diverse typen en soorten. De dieren in de gematigde streken: het taurien vee; de tropische zeboes met een bult op de schoft en kruisingen tussen deze twee in de subtropen. Dan zijn er nog Aziatische soorten: het Balirund, de mithun en de jak en in Noord-Amerika de bizon. Taurien vee en zeboes kunnen worden gekruist met Balivee. Er bestaan allerlei overgangstypen in Indonesië, kruising met de andere soorten levert vruchtbare vrouwelijke kalveren op en steriele stiertjes, zoals ook veulens van ezels en paarden doorgaans steriel zijn.

     

    De rassenindeling wordt systematisch uitgewerkt: de geschiedenis van zelfs de kleinste rassen is terug te vinden met daarbij hun kenmerkende kleurpatronen, hoorns, productiekenmerken en aanpassingen aan de omgeving. Het werk is uiteraard verlucht met illustraties van eigen hand en tal van kaarten, waarop te zien is waar de rassen worden gehouden.

     

    Er zijn ingangen voor elke naam waaronder een ras bekend is. Voor het bekendste Nederlandse melkvee zijn dat: Zwartbont Fries-Hollands, Zwartbont, Holstein en Holstein-Friesian.

     

    De eerste runderen werden zo'n 11.000 jaar geleden gedomesticeerd in het land van de Tigris en de Eufraat op de grens van Turkije en Syrië 'waar nu zo vreselijk wordt gevochten. DNA-onderzoek heeft dat bevestigd. In twee gemeenschappen in dat gebied werden in enkele honderden jaren wilde runderen gedomesticeerd. Waarschijnlijk ging het om zo'n 80 koeien die uit het wild zijn gehaald, daar stammen nu alle koeien in de wereld van af.'

     

    Domesticatie van het rund ging niet zonder horten of stoten. 'Daarna zijn er toch nog enkele keren invloeden geweest van het oerrund, dat was niet aan het uiterlijk van de dieren te zien, maar wel aan het DNA. Mogelijk zijn er ook in Afrika ooit oerrunderen gedomesticeerd, maar dat is waarschijnlijk doodgebloed. In elk geval is er niets meer van terug te vinden.'

     

    Toen de mens zich over de wereld verspreidde, nam hij zijn vee mee. Dat heeft zich steeds aangepast aan de omstandigheden. 'Landrassen die zich in de loop van eeuwen hadden aangepast aan de omgeving en bestand waren tegen bepaalde ziekten, het klimaat en het beschikbare voedsel, werden later weer vermengd met productievere rassen. Daarmee gingen de unieke eigenschappen van deze rassen verloren. De genetische diversiteit van de dieren is in het Midden-Oosten nog steeds het grootst, hoe verder je daarvandaan raakt, hoe geringer de variatie. Neem onze westerse koeien: uiterlijk zijn ze heel divers, maar genetisch zijn ze voor 96 procent gelijk.'

     

    Dat laat zich gemakkelijk verklaren: naarmate een ras verder wordt doorgefokt, ontstaat er meer eenheid en gaan er andere kenmerken verloren. 'In Europa kennen we een tweedeling: de noordwestelijke melkrassen uit Duitsland, Denemarken, Nederland en Groot-Brittannië en de Alpine rassen uit Zwitserland en de Zuid-Europese landen. Die verdeling komt overeen met de culturele indeling die je kunt maken, kijk naar de talen en gewoonten. Het bewaren van runderrassen heeft alles te maken met het bewaken en bewaren van de eigen culturele eigenheid', stelt Felius.

     

    melkproductie

     

    Na de Tweede Wereldoorlog lag in Noordwest-Europa het accent op de productie van melk. Alleen de meest productieve rassen werden erkend. In Nederland waren dat: het Fries-Hollands, het Maas-Rijn-IJsselvee en de Groninger blaarkop. Als gevolg daarvan mochten in Nederland de stieren van de lakenvelder - bekend van het witte veld op zijn zwarte of rode lijf - niet meer worden gebruikt voor de fokkerij en dat ras verschrompelde. 'Natuurlijk waren er boeren die toch stiekem verder fokten met hun lakenvelder omdat ze die nu eenmaal mooi vonden.'

     

    Nu domineert de Holstein-Friesian de Nederlandse melkveestapel, ze worden massaal geëxporteerd. 'Toch vinden sommige boeren het leuk om nog een paar witruggen - zwart of rood met een witte rug en gespikkelde kop - te hebben', aldus Felius. Zo gaat het ook met de lakenvelder. 'Die zijn nooit echt rendabel geweest, de meeste lopen bij hobbyboeren en die laten de kalveren bij de moeder lopen. Dat valt goed bij de liefhebbers van slow-food . Er is maar één groot bedrijf dat ze als commercieel melkvee houdt.'

     

    Het streven naar een mooie koe als bonus op een goede melkproductie schoot een enkele keer door. 'Er is een tijd geweest dat de zwartbonte melkkoe witte onderbenen moest hebben en vlekjes onder de knie niet mochten. Sufferds', lacht Felius vrolijk. 'Dat deden ze in Amerika beter. Daar zeggen ze: wij fokken melk en geen staarten.' De Amerikanen slaagden er na de Tweede Wereldoorlog dan ook in om de productie van hun uit Nederland geïmporteerde koeien verder op te voeren. 'Ze fokten grotere dieren om efficiënt met de melkrobot te kunnen werken. Toen de Nederlanders in de gaten kregen dat zij niet meer bovenaan stonden bij de melkproductie, importeerden zij op hun beurt koeien uit de Verenigde Staten, die daar de naam Holstein hadden gekregen om hun positie te heroveren.'

     

    Van het huisrund dat over vrijwel de hele wereld te vinden is, zijn zo'n duizend rassen bekend, waarbij de scheidslijn tussen het ene en het andere soms flinterdun is. Genetisch gezien is het verschil minimaal. Pogingen om westerse melkrassen overal in de wereld in te zetten, zijn vaak mislukt omdat die niet bestand zijn tegen de omstandigheden elders. Zo doet het zwart- en roodbonte melkvee het niet goed in de tropen, ondervonden boeren in het voormalig Nederlands-Indië.

     

    'Alleen op de hoogvlakte ten oosten van Soerabaja lukt het om ze te houden in Indonesië. Verder is het er veel te warm en de voeding is anders. De kolonialen vervingen het lokale Balivee al door zeboes uit India, deze trekdieren floreerden en worden er tegenwoordig vooral gehouden om hun vlees.'

     

    Felius woont en werkt in de stad, maar onderhoudt warme banden met de boeren. Nog steeds schildert ze in opdracht de portretten van de twaalf kampioenen van de Nederlandse Rundvee Manifestatie die om de twee jaar wordt georganiseerd, en reikt die werken persoonlijk uit aan de winnaars.
     
    Felius woont en werkt in de stad, maar onderhoudt warme banden met de boeren. Nog steeds schildert ze in opdracht de portretten van de twaalf kampioenen van de Nederlandse Rundvee Manifestatie die om de twee jaar wordt georganiseerd, en reikt die werken persoonlijk uit aan de winnaars.
     
    26 February 2016
    Period26 Feb 2016

    Media coverage

    1

    Media coverage

    • TitleDe boer wil melk, maar ook een mooie koe
      Date26/02/16
      PersonsHans Lenstra